Hulp- en Reservekas. Archiefstukken archief gemeente Ooststellingwerf, 1816-1930
Nr. 1238, rekeningen en verantwoording v.h. beheer over de hulp- en reservekas te Appelscha.
Onder meer ‘Rekening en verantwoording door gecommitteerden van de Reservekas of Arme Kas van Appelscha’. Hierin namen van verveners, afgegraven turf en hiervoor betaalde gelden, van 1819 tot en met 1846.
Verder: overzichten van inkomsten en uitgaven; boekjes van publieke verkopingen.
Nr. 60, notulen college grietman en assessoren, 11 oktober 1842
M.b.t. stichting Armenhuis in Appelscha is jaarlijks om f 250,- verzocht, van de renten uit de reservekas. Aan Prakken verzocht het stuk door gecommitteerden te laten tekenen.
Nr. 60, notulen grietman en assessoren, 7 november 1842
Om de nieuw gestichte gebouwen in Appelscha naar behoren op te geven, op welke [….] en nummers ze zijn geplaatst, besloten om assessor Prakken en secretaris G.L. Brouwer te verzoeken met hulp van deskundigen op dinsdag 15 november een bijeenkomst in Appelscha te houden.
Nr. 60, notulen college grietman en assessoren, 24 april 1843
Gelezen extract uit resolutieboek Gedeputeerde Staten, 13 april 1843. Waarbij verzoek van gecommitteerden van de reservekas, algemene armvoogden en principale ingezetenen van Appelscha om ter tegemoetkoming in de behoeften ‘der algemeene armen’ aldaar, te mogen genieten de jaarlijkse renten ontstaan ‘uit en door de veenen’. En dat de begroting voor 1843 niet mag worden vastgesteld voordat de renten in mindering en tot verlichting ervan zijn afgetrokken.
Verzoek van de hand gewezen.
Nr. 5, notulen grietenijraad, ? september 1843
Door grietman aan raad meegedeeld dat ‘buitenvoogden’ van Appelscha ‘verlangden een armenhuis te bouwen’ waarvoor zij een lening met betaling van behoorlijk interest konden krijgen. Ze hadden verzocht om betaling van de aflossing en interest uit de Reservekas.
Besluit: In aanmerking genomen dat het kapitaal van de kas nog niet voldoende groot is, kan aan hen vooreerst, te beginnen in 1844, niet meer worden toegelegd dan jaarlijks f 250,- (de jaarlijkse rente van het bestaande fonds). Grietman verzocht bij Gedeputeerde Staten pogingen te doen om de nodige autorisatie te krijgen.
Nr. 5, notulen grietenijraad, 3 mei 1845
Gecommitteerden Reservekas in Appelscha kunnen aan armvoogden f 300,- of zoveel als de rente van de kas van een jaar bedraagt.
Nr. 5, notulen grietenijraad, 28 mei 1845
Bij bouw nieuwe school en schoolwoning, door aanleggen tuin in 1836, zonder toestemming, een stuk grond van de ‘brander’ Jan de Haan uit Gorredijk gewaardeerd op f 40,-. De Haan zou hetzelfde jaar t.n.v. Klaas Hendriks Walda c.s. aan reservekas f 18,57 schuldig zijn.
De Haan in de raad aanwezig. Afspraak: hij krijgt uit grietenijkas f 42,- voor de grond en betaalt verschuldigde, t.n.v. Walda c.s., aan de reservekas.
Nr. 138, A. MaaghMeyer en A.W. van der Sluis aan grietman grietenij Ooststellingwerf, 30 december 1845 (zie tekst bij afbeeldingen)
Ondergetekenden hebben pogingen in het werk gesteld ‘tot het verzamelen van vrijwillige bijdragen’ van de ingezetenen dezer gemeente ter vervulling – of zoveel mogelijke tegemoetkoming en voorziening in de buitengewone thans bestaande behoeften. Pogingen met bovenverwachting goede uitslag bekroond.
Verre de meeste ingezetenen zijn ‘diep doordrongen van het besef dat zeer velen dringend hulp en behoeven, – en vervuld met innig mededoogen omtrent het jammerlijk lot van zoovelen hunner natuur- en dorpsgenooten’,– hebben zich uitstekend gekweten in het bewijzen van Christelijke liefdadigheid,– niettegenstaande het hier telkenjare reeds zoo drukkend gevoeld werdt, dat er boven hunne krachten haast moest worden opgebracht, bij algemenen omslag, ter ondersteuning van verarmde en behoeftige huisgezinnen.
Bij vrijwillige intekening in gemeente ontvangen aan geld – f 195,971/2
Voorts 73/4 mud rogge, berekend naar f 7,50 per mud – f 58,121/2
71/2 mud bonen, berekend naar f 8,00 per mud – f 60,-
Totaal f 311,10
Hoe groot de som ook wordt – mogelijk toelage diaconie – ze kan onmogelijk zoveel teweegbrengen dat daardoor de commissie voldoende in staat zou zijn gesteld om te voorzien in zoveel behoeften.
Op basis van gegevens van enige verveners en eigen bekendheid met de toestand van zeer veel huisgezinnen kunnen ondergetekenden verzekeren dat nu niet minder dan 70 huisgezinnen – gemiddeld 5 personen per gezin – totaal 350 personen in januari en februari hulp van de commissie zullen inroepen.
Dringend is een bijdrage uit de grietenijkas nodig – daarom is onlangs verzocht.
Ondergetekenden achten zich van hun taak gekweten en laten aan de grietman de benoeming over van een commissie die zal worden opgedragen het bijeengebrachte op de meest dienstige wijze te verdelen. Wel vinden ze het wenselijk om een of twee van de voornaamste verveners in de commissie te benoemen – kennen de toestand van de arbeiders het best.
Nr. 61, notulen college grietman en assessoren, 2 januari 1846
Verzoek van algemene armvoogden aan Gedeputeerde Staten dat gecommitteerden van reservekas andermaal worden gemachtigd om ook in deze winter een som van f 300,- van de renten uit het fonds uit te keren.
Mislukte aardappeloogst en duurte overige levensmiddelen doen zich nu al ‘bij de meesten der arbeidersklasse’, evenals elders, voelen. Daar komt bij dat met de inhouding van de voor het merendeel in bod gebrachte percelen hoogveen ook alle vooruitzichten worden en zijn weggenomen om de arbeidersklasse gedurende de winter arbeid te verschaffen en daarom meerdere hun toevlucht tot de armenkassen moeten nemen.
Alle redenen renten uit reservekas toe te staan. Zonder dit zou algemene armenkas ook dit jaar wegens ‘de bijzonder bestaande omstandigheden’ niet toereikend zijn om uitdelingen vol te kunnen houden.
Nr. 61, Notulen college grietman en assessoren, 3 januari 1846 (zie kopie)
Verzoek gecommitteerden Reservekas Appelscha. Plan om arbeiders werk te verschaffen – aankoop heidevelden. Bosaanplant. Grietman en assessoren keuren plan goed. Om ‘meerdere kommer en ellende’ te voorkomen. Mislukte aardappeloogst. Inhouding merendeel in veiling gebrachte percelen hoogveen.
Doel ‘om den arbeidende niet bedeelde klasse’ werk te verschaffen gedurende deze en eerstvolgende winter. Is ‘verre verkieslijker’ dan het onderhouden van deze personen, waarvoor niet voorhanden zijnde fondsen moeten worden bijeengebracht. Voordeliger ook voor het Reservefonds zelf, gelden gebruikt voor ontginning heidevelden, brengen na verloop van tijd meer rente op dan bij belegging, zoals tot dusver gebeurde.
Aankoop heidevelden kan voor 600 gulden met 100 gulden aan kosten. Nodig aan bewerkingskosten 1050 gulden en voor beplantingen met eik of beuk 150.000 poten voor 750 gulden. Totaal vereist 2500 gulden.
Werkzaamheden kunnen plaatsvinden onder toezicht van de gecommitteerden. Heidevelden gelegen aan vaart, gemengde grond zeer geschikt voor aanleg bossen. Afvoer later van kaphout kan via de vaart.
Kapitaal Reservekas ruim 13.500 gulden, waarvan voor 12.500 gulden ad 2,5% en 800 gulden ad 3% zijn belegd. Overige in contanten voorhanden. Kas ruimschoots in staat voorgestelde plan uit te voeren.
Hopen dat Gedeputeerde Staten eveneens hun instemming ’met eenigen spoed’ te geven, ‘opdat meerdere kommer en ellende, die hun anders onvermijdelijk staat te wachten’, door de uitvoering van deze voorgestelde maatregel wordt voorkomen.
Nr. 5, notulen grietenijraad, 3 januari 1846
Gelezen adres van Alle Wijtzes van der Sluis, 30 december 1845. Verzoek om een toelage uit de grietenijkas tot leniging en tegemoet [….] en niet bedeelde klasse te Appelscha [….] fonds was opgericht en zij verzochten [….] en uitdeling een commissie mochten […]
Besluit: tot leden van de commissie te benoemen Albertus Maagh Meijer, Alle Wijtzes van der Sluis en Lammert Jans Tiesinga, allen wonend in Appelscha.
M.b.t. het toestaan van een toelage uit de reservekas besloten de antwoorden van gedeputeerden af te wachten op het bij hun ingediend verzoek tot aankoop van heidevelden enz. ‘voor bearbeiding en aanleggen van bosschen enz’.
Nr. 5, notulen grietenijraad, 11 februari 1847
Verzoek van algemene armvoogden van Appelscha om evenals voorgaande jaren 1845 en 1846 ‘tot ondersteuning hunnen behoeftige mede ingezetenen’ (waarvoor bij de aanhoudende winter en buitengewone duurte van levensmiddelen de daarvoor bestaande dorpsomslag niet toereikend is) de interesten over 1846 die voortkomen uit de reservekas te mogen gebruiken.
Besluit verzoek aan Gedeputeerde staten [….]
Overweging dat de aanhoudende of langdurige winterweer en de buitengewoon hoge prijzen van levensmiddelen een buitengewone behoefte in dorp Appelscha veroorzaakt (evenals elders) en buitengewone maatregelen dienen te worden genomen om daarin te voorzien. Renten van reservekas zeer geschikt om daarvoor gebruikt te worden.
Nr. 61, notulen college grietman en assessoren, 6 maart 1847
Gelezen missief van Karst Pieters Jongsma en Leffer Lammerts Oosterloo in Appelscha als administeerders of opzichters bij de bossen van de reservekas. Verzoek om aan eerste beloning van 3% en tweede van 1% van gedane ‘uitschotten’ te mogen genieten voor ‘hunne moeite’. Toegestaan. K. Tadema, ontvanger van de reservekas, verzocht dit te betalen.
Nr. 1238, rekeningen en verantwoording door gecommitteerden van de Reserve- of Arme Kas van Appelscha
Werkzaamheden aanmaken bos te Appelscha, uitgaven 1846 t/m april 1847.
Betaald aan J. Kallenkoot wegens ‘vragt van 2000 pooten’ f 0,44 ??
J.P. v.d. Velde 4000 eikenpoten f 16,-
(6 maart geleverd à f 4,- per duizend)
A.J. v.d. Sluis 2000 poten f 11,-
(55 cent per 100, ontvangen 14 maart)
Brouwer uit Oldeberkoop 9750 berkenpoten f 48,75
Brouwer uit Oldeberkoop 5750 berkenpoten f 28,75
T. v.d. Wal 1850 berkenpoten f 9,20
K. Klusma 2 mudde ‘ekkels’ f 0,20
Arbeiders krijgen 40-50 cent per dag betaald. Een enkele uitzondering 55 cent, onder meer voor ‘Ekkel zetten’. Gebruikte termen: ‘aantrappen en oprigten der pooten’; ‘pooten zetten’; ‘aantrappen der pooten en zetten’.
Nr. 6, notulen grietenijraad, 2 februari 1848 (zie kopie)
– Verzoek armvoogden om evenals in voorgaande jaren voor hun administratie f 300,- te mogen ontvangen uit renten reservekas.
Over 1847 gekregen: omslag ingezetenen f 700,- en f 300,- uit reservekas.
Verzoek afgewezen.
Nr. 61, notulen college grietman en assessoren, 29 oktober 1849
K. Tadema, administrerend gecommitteerde reservekas. Vier gecommitteerden, hiervan twee vacatures door bedanken Lammert Lefferts Oosterloo en overlijden van Geert Jans van der Bult. Aangesteld als gecommitteerden Leffert Lammerts Oosterloo en Arend Jans Prakken, beiden landbouwers in Appelscha.
Nr. 71, notulen B en W, 20 mei 1879
Gelezen verzoek gecommitteerden van de Reservekas aan Gedeputeerde Staten van Friesland om begraafplaats in Nieuw-Appelscha over te nemen, aangeboden door kerkvoogden voor f 400,-.
Begraafplaats zal ‘bezwaarlijk’ evenveel opbrengen als de renten van de koopsom. Bovendien brengt het de last van onderhoud mee. Nadelig voor de kas. Zolang haar fondsen niet dermate zijn geklommen dat zij voldoende kan voorzien in het verlichten van de last van het armenonderhoud, is een dergelijke ‘min voordelige geldbelegging’ ongeoorloofd te achten.
Besluit: Gedeputeerde Staten te adviseren afwijzend te beschikken, tenzij uit overlegging van specificatie van lusten en lasten een gunstiger resultaat blijkt óf wanneer ze hun fondsen in staat achten en genegen zijn de jaarlijkse uitkering aan het armbestuur aanzienlijk te verhogen.
Nr. 1238, rekeningen en verantwoording v.h. beheer over de hulp- en reservekas te Appelscha.
Verloop turfproductie. Herberekende vijfjaarlijkse gemiddelden. Hoeveelheden in dagwerk.
1830 580
1835 909
1840 1888
1845 2745
1850 3710
1855 4402
1860 5005
1865 5206
1870 5044
1875 5224 (jaar 1875: gegevens archief Opsterlandse Veencompagnie)
1880 4896
1885 3788
1890 2990
1895 2136 (1893: gegevens archief Opsterlandse Veencompagnie)
1900 1266
1905 568
1910 195
1915 315 (1916: gebaseerd op schatting)
1920 317 (1918, 1919 en 1920: gebaseerd op schatting)
1925 162 (1925, 1926 en 1927 gebaseerd op schatting op basis betaalde belasting)
