Eerste grondverwerving door Reservekas ivm dorpsbossen volgens onderzoek Rinze Lenstra
- Mei 1847: Gronden latere Reservebos (reservekas) // en begraafplaats ( kerkelijke gemeente)
De gecommitteerden van de Reservekas kochten in mei 1847 een heideveld, groot 10 bunders en ruim 70 roeden; het heideveld was eigendom van een groot aantal eigenaren. Het betrof een gedeelte van het veld ’ten kadaster van de gemeente Makkinga bekend in sectie C, nummer 1174′, groot 11 bunders, 73 roeden, 60 ellen.
Daarvan was 1 bunder verkocht aan de kerkvoogdij van de hervormde gemeente, bestemd voor een begraafplaats (door het kadaster moest dit nog worden uitgemeten).
Het heideveld grensde ’ten oosten aan de verkoopers en anderen, ten zuiden aan den Smilderweg, ten westen aan de akkers van de esch en ten noorden aan den nieuwen weg van oud-Appelscha naar het tolhek.’
Toelichting:
* Het verkochte heideveld ‘vertaald naar de huidige situatie’.
De grenzen van het heidegebied (incl. begraafplaats), vertaald naar de huidige situatie, zullen ongeveer als volgt zijn:
– westelijk: de grens tussen de begraafplaats en de es, denkbeeldige lijn getrokken tussen de Oosterse Es en de Drentseweg;
– zuidelijk: de Drentseweg;
– oostelijk: de Boslaan;
– noordelijk: de Oosterse Es.
Dit oppervlak komt naar mijn schatting (Rinze Lenstra) ongeveer overeen met het genoemde oppervlak van ruim elf bunders (elf hectare).
* Eigenaren verkopers
In dit geval waren dat niet de compagnons van de Opsterlandse Veencompagnie. De verkopers bezaten ieder een gedeelte van het gebied. Zo was 3/14 deel eigendom van A.B. Prakken en bezat de hervormde gemeente 1/56 deel.
- 1846: Grond voor het Wandelbos/’t Bergje al eerder dan dat van het reservebos door de Hulp- en Reservekas aangekocht
